Reden 1: Het koninklijk paleis

 

Wat is aan deze eerste reden zo bijzonder? Oké, het paleis zelf is een paleis als duizend andere. Het bijzondere zit ’em in de tuin van de koning. Die is geen privé bezit, maar eigendom van alle noren. Ook toeristen hebben vrij toegang.

Maar laat ik niet op de zaken vooruit lopen. Want de route die je af moet leggen om bij het paleis te komen, is het eerste feestje. Die loopt vanaf het Centraal Station over één van de gezelligste hoofdstraten van de stad. Waardoor je meteen kennismaakt met de sfeer die Oslo typeert: ruimte, groen, water en kunst. Maar ook: levendige terrassen en muziek, gemaakt door straatmuzikanten of kleine orkestjes in prieeltjes.
🎺
Ruimte door de brede straten en lanen, omzoomd door enorme, schaduwbiedende bomen en versierd met bloemenpracht in bakken. En beelden, heel veel beelden. Niet van saaie, dooie dienders, maar van hedendaagse, dynamische personen. Dat maakt de stad lévend, nog versterkt door het geluid van de klaterende fonteinen. En aan het eind van de Karl Johansgate zie je in de verte dan uiteindelijk het stulpje van koning Harald en koninging Sonja liggen.

Vredig Oslo

Wat mij het meeste opvalt aan Oslo,  is de vredige stemming. Onthaaste, agressieloze mensen, kuierend genietend van de zon en de schone, verzorgde omgeving. Geen zwerfvuil, geen hondepoep, geen lawaai. Dat zal ook een van de redenen zijn voor het openstellen van de paleistuinen: er wordt geen misbruik van gemaakt.

Niemand haalt het in zijn hoofd zijn troep na de picknick op een van de enorme grasvelden achter te laten voor de koninklijke huishoudster. Niemand verstoort de rust van de tientallen zonnebadende noren met transistorherrie. Daarentegen klinken vrolijke geluiden van de vele aanwezige, spelende kinderen.

Als je genoeg hebt van het grasliggen, kun je kiezen voor een wandeling om het paleis heen, door de prachtig aangelegde tuin met – alweer – een ruisende fontein. Stiekem glurend door de ramen om een glimp op te vangen van misschien wel een koninklijk lid. Maar die kijken wel uit, laten zich niet zien. Moeten ze je straks óók nog op de thee vragen.