Deze foto van een ouderwetse typemachine uit de Canva-galerij is heel typerend voor mijn vroeg ontluikende liefde voor het tekstschrijven. Het geratel van de overhalende enterhaak met het belletje en het getik van de mechanische letters op het maagdelijk witte papier klonken voor mij als muziek. Mijn vingers jeukten van verlangen om er mee te spelen. Tóen al!

Als kind van een jaar of 7/8 mocht ik weleens met mijn vader mee naar zijn kantoor op de Meent in Rotterdam. Hij werkte bij Ubbens, een papiergroothandel. Blocnotes verkochten ze, en van die kleine papiertjes in een rood doosje, die bij ons thuis altijd bij de telefoon stonden.

Van de meisjes die daar werkten – Corrie, Tine en Nelleke – mocht ik secretaressetje spelen. Tikken op hun typemachine en het weerbericht of de tijdmelding bellen (dat had je toen nog) zodat ik een “gesprek” kon voeren met een denkbeeldige klant die écht iets zei.

Ik vond die meisjes héél leuk.

Mijn vader ook, maar dat is een ander verhaal dat niet zo goed afloopt.

In dat kantoor stonden van die grote, leren draaibureaustoelen, waarop ik eindeloos rondjes draaide. En als het lunchtijd was, mocht ik bij de patatkraam beneden kroketten halen voor ons allevijf. Daarvoor moest ik in mijn eentje met een kleine, beetje griezelige lift van de derde verdieping naar beneden. Nu ik dit schrijf, ruik ik de geur van die lift en dat kantoor bij binnenkomst weer.

Toen ik later zelf secretaresse werd, maakte ik de komst van de tekstverwerker mee. Geweldig! Onzichtbaar poetste je je fouten weg. Geen lelijke witte type-ex strepen meer of inktvlekken van dat vreselijke carbonpapier. Nu kon ik me echt helemaal uitleven zonder frustratie. 

De komst van de PC was nog spannender. Ik  herinner me dat ik bij god niet snapte hoe ik de ingetypte woorden op het scherm in vredesnaam in en vooral úit die printer óp papier moest krijgen🤔. Abacadabra, tovenarij was het voor mij. 

Via Randstad kreeg ik een cursus Power Point aangeboden; het – nu waardeloze – diploma heb ik altijd bewaard. Voor allerlei handelingen moest je toetscombinaties gebruiken. En net toen ik blindelings overweg kon met al die combinaties voor het geven van opdrachten aan dat ding, piepte de muis om de hoek. Een nieuw wonder dat de toetscombinaties overbodig maakte. Het tekstschrijven werd zo voor steeds meer mensen toegankelijk. Mijn belangrijkste troef, mijn supersnelle aanslagenaantal per minuut, waardoor uitzendbureaus mij graag aan het werk zetten, werd onbelangrijker. En de snoeren aan alle apparaten, die een warboel vormden op je bureau, verdwenen. Alles werd nog draadloos óók. 

Maar het kon nog gekker: een aansluitbare, zelf tekstverwerkende spraakrecorder, nu zelfs geïntegreerd in elke gangbare smartphone. En – hoe heerlijk – een typemachine met een aanraakscherm voor op bed: de tablet. Daar lig ik nu dus met een stokje op een minuscuul klein toetsenbordje op te tikken. En papier heb ik niet eens meer nodig om deze herinnering te delen met jou. Eén druk op een knopje…en weg is deze blog.😊.