Mijn moeder en ik. Haar portret hangt in mijn kantoor. Getekend door Joke Vonk toen ze (mijn moeder) net was overleden.

Ik weet nog dat Joke zei: “Haar ogen vond ik moeilijk. Het was steeds alsof ik jouw ogen tekende.” En gek, maar heel vaak kijk ik echt met mijn ogen alsof ik door de hare kijk. De ene keer bewuster dan de andere keer. Dan vraag ik me af:

“Mam, wat zou jij vinden van wat ik nu zie? Zou het je verdrietig maken, zou je je verwonderen?

Hoe zou het zijn als je voor even weer kon leven en zag wat er van je gezin, wat voor jou je leven wás, geworden is? Als je kon zien dat je nu elf kleinkinderen hebt waarvan de meeste elkaar niet kennen terwijl ze op nog geen uur rijden van elkaar vandaan wonen? Alleen maar omdat de ouders niet met elkaar overweg kunnen. Was het anders gelopen als jij langer bij ons had mogen blijven?

Wat zou je ervan vinden als je nu euro’s omdraaide in plaats van dubbeltjes? Dubbeltjes bestaan niet meer. De doorsnee puber weet niet eens wat dubbeltjes zijn.

Wat zou je vinden van de “Pride” beweging? Een bonte kakofonie van gekkies? Misschien. Maar vast niet als je wist dat een van je kleinzoons gay is. Want als iets heel dichtbij komt, wordt opeens alles anders. Dat heb ik zelf maar al te goed ervaren.

Zouden we sinterklaas nog net zo vieren als vroeger? Ook nu twee van je achterkleinzoons een zwarte vader hebben? Zou je het je aantrekken als zij werden uitgemaakt voor zwarte piet? Ik weet het eigenlijk wel zeker. 

Jij hebt de oorlog meegemaakt als jong, ontluikend meisje. Maar weet je dat het nu nog steeds oorlog is? Dat er hordes mensen vluchten over de hele wereld en dat ze bijna nergens welkom zijn? Wat zou jij daarover denken? En dat je tegenwoordig zomaar, vanuit het niets, doodgestoken of expres doodgereden kunt worden? Om politieke en religieuze redenen waar wij niets mee te maken hebben? Bizar toch?

En dan die stomme pandemie. Zou je in een verpleeghuis zitten, dementerend naast je buurvrouw van vroeger? Of zouden we beeldbellen? Want dat doen ze tegenwoordig hè. Die zwarte telefoon van jou, die staat allang in een museum.

En deze gedachten schrijf ik ook niet op papier. Ik lig in bed en ik tik met een stokje op een toetsenbord. Dan tik ik op een knopje en floep…iedereen die wil, kan dit lezen. Jij zou niet weten wat je meemaakte haha.

Nou, genoeg gekletst weer voor vandaag. Dag mam, tot de volgende keer.”